Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 maart 2018
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[2011] een overeenkomst gesloten. Artikel 1 van Pro de overeenkomst vermeldt de navolgende doelen.
“Doel van deze overeenkomst is het verhogen van de kennis, vaardigheden en bewustzijn van
de chauffeur in het kader van veiligheid, imago en CO2 reductie. Daarnaast is het doel binnen
een opleidingstraject (maatwerk BBL) van 1 jaar te voldoen aan de 35 uur nascholingsuren in
het kader van de Richtlijn Vakbekwaamheid binnen de gestelde eisen van het CCV, waarbij
de WVA van toepassing is.”
Artikel 5. Uitgangspunten en inhoud van de opleiding
- De beroepscontext van de chauffeur is uitgangspunt van het leren.
- De trainingen zijn gekoppeld aan de onbekostigde BBL opleiding Chauffeur Goederenvervoer, bekend onder crebonummer 91830, niveau 2 MBO.
Keuze trainingen en bijbehorende CV-uren
Omvang niveau 2”
opleiding
taak
tijdens BPV
(maken
opdrachten)
15 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:38) dat voor de toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs als bedoeld in artikel 14, lid 1, aanhef en letter a, van de WVA niet is vereist dat een werknemer een volledige beroepsopleiding volgt. Hetgeen de werknemer moet volgen is de BPV. Voorts volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2436) dat het niet op de weg ligt van verweerder of van de rechter in belastingzaken om in het kader van de toepassing van de WVA te beoordelen of een in dat register opgenomen opleiding voldoet aan de eisen van de WEB. In het kader van de toepassing van de WVA kan wel worden beoordeeld of een werknemer de BPV van de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding daadwerkelijk heeft gevolgd. De bewijslast daarvoor rust op inhoudingsplichtige. Indien een certificaat of diploma als bedoeld in de artikelen 7.2.3 en 7.4.6 van de WEB is uitgereikt, volstaat dat voor het bewijs dat een werknemer (het desbetreffende deel van) de opleiding heeft gevolgd, tenzij verweerder het tegendeel bewijst.
Rechtsgeldige POK
door de in artikel 7.2.9 genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en
verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of
krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
a. de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming, alsmede het aantal te volgen praktijkuren per kalenderjaar,
Beslissing
op bezwaar;
schade tot een bedrag van € 333;
door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 167;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 750;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;