Belanghebbende, een leerbedrijf, maakte aanspraak op afdrachtvermindering onderwijs voor werknemers die een deelkwalificatie van de opleiding Basisoperator volgden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat volgens hem de afdrachtvermindering niet van toepassing was bij het volgen van slechts een onderdeel van een beroepsopleiding.
Het Hof oordeelde dat de afdrachtvermindering ook geldt bij het volgen van een deelkwalificatie van de beroepsbegeleidende leerweg en dat de afdrachtvermindering toegepast mag worden tot het moment van uitreiking van het deelcertificaat. De Hoge Raad verwierp het middel dat een volledige beroepsopleiding vereist is, maar stelde dat het Hof onjuist had geoordeeld dat geen schriftelijke overeenkomst vereist is. De Hoge Raad benadrukte dat een schriftelijke, door alle partijen ondertekende overeenkomst noodzakelijk is.
Verder stelde de Hoge Raad dat de afdrachtvermindering kan worden toegepast tot het einde van het tijdvak waarin het afsluitend examen is afgelegd, omdat daarna geen beroepspraktijkvorming meer plaatsvindt. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren op 15 januari 2016.