Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 20 december 2016
[X] , te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- of de panden aan de [A-straat 1 en 2] te [Q] gebruikt worden voor belaste prestaties;
- de correctie in verband met privégebruik van eiseres van het pand in [Z] ;
- of eiseres ten aanzien van diverse facturen terecht voorbelasting in aftrek heeft gebracht;
- of de boetebeschikkingen terecht zijn opgelegd.
De factuur vermeldt een bedrag van € 50.000 inclusief OB. Eiseres heeft gesteld dat hiervan € 15.000 daadwerkelijk is betaald en heeft daarmee impliciet aangegeven dat de factuur tot een bedrag van € 35.000 niet is betaald en niet zal worden betaald. Dit betekent dat de OB die in het bedrag van € 15.000 is verdisconteerd kan worden afgetrokken. Eiseres heeft het bedrag onjuist berekend (op basis van 21%), zoals verweerder terecht heeft geconstateerd. Uitgaand van het in 2008 geldende tarief van 19% bedraagt de OB 19/119 x € 15.000 oftewel € 2.394,96. De rechtbank beperkt de aftrek tot dit bedrag.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep ter zake van de naheffingsaanslag OB 2008 en de beschikking heffingsrente gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag OB 2008 en de beschikking heffingsrente;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 voor zover het de boetebeschikking betreft;
- vermindert de boete over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 tot € 4.428;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 83;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 917;
- gelast dat verweerder een bedrag van € 128,50 ter zake van het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt;
- gelast dat de Staat een bedrag van € 83,50 ter zake van het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;