Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 15 maart 2016
[X] , h.o.d.n. [Y] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- de hoogte van de verschuldigde BPM voor auto 1;
- of sprake is van schadevergoedingsplicht van verweerder, inclusief de grondslagen en de omvang daarvan;
- de vraag of eiser in aanmerking komt voor een (boven)forfaitaire vergoeding van de proceskosten die hij in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep heeft gemaakt.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, behoudens ten aanzien van de verschuldigde BPM voor auto 2;
- stelt de verschuldigde BPM voor auto 1 vast op € 2.158;
- stelt de verschuldigde BPM voor auto 3 vast op € 3.927;
- stelt de verschuldigde BPM voor auto 4 vast op € 2.904;
- gelast verweerder de schadevergoeding wegens rentederving te berekenen en vergoeden
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 790;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 624 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;