Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 19 mei 2015
[X], te [Z], eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder
de Staat der Nederlanden.
Procesverloop
7 januari 2014, beroep ingesteld.
mr. [B]. Namens verweerder zijn verschenen [gemachtigde] en mr. [C].
10 maart 2015 heropend en eisers verzoek om een getuige te horen gehonoreerd.
[D] gehoord. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek definitief gesloten. Het proces-verbaal van deze zitting is aan deze uitspraak gehecht.
Overwegingen
Afstand van rechtsmiddelen
18 maart 2013, door verweerder.
1 januari) geclaimde durfkapitaalfaciliteiten met betrekking tot de leningen aan [F] B.V. en [G] Vof voor de helft zullen worden verleend. Van deze leningen wordt dus de helft niet als durfkapitaal aangemerkt.
Afstand van rechtsmiddelen
“2. Beschrijving van de situatieDe kwestie waarover partijen van mening verschillen luidt als volgt:
(…)
4. Inhoud van de overeenkomstHet door de belastingdienst in alle jaren bestreden eigenwoning rente aftrekmodel,
Voor de jaren tot en met 2009 wordt de belastingschade door [E] betaald aan de
Belastingdienst. Hiervoor zal met toepassing van artikel 64 AWR Pro aan [H] BV,
Nadat de individuele bezwaarschriften zijn ingetrokken zullen de aanslagen van de
Voor zover deze aanslagen al geregeld zijn en er bezwaar tegen is ingediend, zullen
(…)
Ook worden de durfkapitaalfaciliteiten over deze jaren in de schikking volledig toegekend, als in aangiften waren opgenomen.
Hij zou geprobeerd hebben ons als gezin in deze schikking mee te nemen, maar gaf ons aan daar helaas niet in geslaagd te zijn.
De reden welke door uw dienst hierover was aangegeven was dat er al twee vaststellingsovereenkomsten met ons waren afgesloten en de Belastingdienst deze conform wenst te volgen.
(…)
Derhalve verzoeken wij u of u alsnog de verbeterde uitgangspunten van de schikking met de heer [E] ook zou willen toepassen op onze situatie, nu u nog geen definitieve uitspraak hebt gedaan in onze bezwaarschriften.”
- voorts heeft eiseres verzocht om vergoeding van materiele en immateriële schade.
Beoordeling van het geschil
27 augustus 2012, respectievelijk 10 maart 2013, heeft getekend, waarin is bepaald dat zij af zal zien van de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van het instellen van beroep.
25 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4125.
Nu er sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst en er geen later tot eiseres gericht aanbod is gedaan voor het sluiten van een gunstigere regeling, brengt dit met zich dat het eiseres niet meer vrijstaat haar grieven tegen de onderhavige belastingaanslagen, die zijn verminderd overeenkomstig het compromis, naar voren te brengen. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een inhoudelijk oordeel hierover en zal het beroep ongegrond verklaren.
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding toe;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 306,25;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 44 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;