Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 1998 tot en met 2007 gegrond;
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen VB over de jaren 1999 en 2000 ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voorzover deze betrekking hebben op de IB/PVV over de jaren 1998 tot en met 2007;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 1998 naar een belastbaar inkomen van € 108.570;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 1999 naar een belastbaar inkomen van € 74.505;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2000 naar een belastbaar inkomen van € 77.954;
- vernietigt de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2001 tot en met 2007;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedragen van € 2.121;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 42 vergoedt.