ECLI:NL:RBDHA:2026:9369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand kinderopvang met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiseres, behandeld voor psychische problemen, vroeg bijzondere bijstand voor kinderopvangkosten op basis van een sociaal-medische indicatie met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2021. Het college Leiden kende de tegemoetkoming toe vanaf 1 april 2022, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het besluit.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar psychische toestand haar verhinderde om tijdig een aanvraag in te dienen. Onbekendheid met regelgeving wordt niet als bijzondere omstandigheid beschouwd. De hulp die eiseres ontving was gericht op geestelijk herstel en administratie, niet specifiek op het aanvragen van de tegemoetkoming.
De hardheidsclausule uit het beleidskader biedt geen grond voor terugwerkende kracht, omdat eiseres niet heeft onderbouwd dat toepassing van de beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Ook het feit dat bijzondere bijstand niet kan worden verleend voor het aflossen van een schuld aan de Belastingdienst speelt een rol.
Daarom blijft het bestreden besluit in stand, krijgt eiseres geen bijzondere bijstand met terugwerkende kracht, en worden haar proceskosten niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit tot toekenning van de tegemoetkoming vanaf 1 april 2022 blijft in stand.