ECLI:NL:RBDHA:2026:6477
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt afwijzing asielaanvraag wegens motiveringsgebrek terugkeerbesluit
Eiser, een staatloze Koerd geboren in Syrië in 2006, diende op 18 november 2022 een asielaanvraag in die door de minister op 16 september 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 9 februari 2026.
De minister betwijfelde de geloofwaardigheid van eisers identiteit, nationaliteit en herkomst, mede op basis van een taalanalyse en onderzoek door Bureau Documenten, en legde een terugkeerbesluit op naar Syrië, Irak of Turkije met een inreisverbod van twee jaar. Eiser voerde aan dat hij staatloos is, dat hij als minderjarige niet adequaat werd opgevangen en dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn situatie.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de identiteit en herkomst van eiser in twijfel trok, maar dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het onderzoek naar adequate opvang tijdens eisers minderjarigheid. Dit leidde echter niet tot schending van zijn belangen. Wel stelde de rechtbank vast dat de minister bij het opleggen van het terugkeerbesluit geen actuele beoordeling had gemaakt van het risico op refoulement, wat een motiveringsgebrek vormt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de minister acht weken de tijd om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.802,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek in het terugkeerbesluit.