Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende] , belanghebbende
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee.
( ) De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom.
( x ) Nee.
( ) Nee.
Beslissing
- draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 467,-
in aanwezigheid van M. Berwari, griffier.
Bijlage
Als de ingebrekestelling is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel verwijst de rechtbank naar de uitspraak van Afdeling van 30 november 2022. [14] Als de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vreemdelingenwet 2000 geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd.