ECLI:NL:RBDHA:2024:620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verlenging beslistermijn asielaanvragen en oplegging dwangsom
Eiseres diende op 4 februari 2023 een asielaanvraag in en stelde de staatssecretaris op 17 augustus 2023 in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing. De staatssecretaris beriep zich op het WBV 2023/3, waarmee de beslistermijn met negen maanden zou zijn verlengd, waardoor de ingebrekestelling te vroeg zou zijn. De rechtbank stelt vast dat de initiële beslistermijn van zes maanden op 4 augustus 2023 eindigde en dat de verlenging op grond van WBV 2023/3 niet rechtsgeldig is.
De rechtbank overweegt dat de verlenging slechts bedoeld is voor uitzonderlijke situaties van een plotselinge toename van asielaanvragen en niet als remedie voor structurele capaciteitsproblemen. De staatssecretaris had voldoende tijd en middelen om de procedure binnen zes maanden af te handelen. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond en legt een termijn van zestien weken op voor het nemen van een beslissing, verdeeld in acht weken voor het eerste gehoor en acht weken voor het besluit.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres ad € 2.187,50. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, op 24 januari 2024.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn niet rechtsgeldig is verlengd en legt een termijn van zestien weken en een dwangsom op voor het alsnog beslissen.