ECLI:NL:RBDHA:2026:20082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 behandeld en beoordeelt of de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met recente landeninformatie, waaronder het AIDA-rapport 2025 update, en jurisprudentie over pushbacks en opvangomstandigheden in Kroatië.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Kroatië verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt. De aangevoerde informatie en jurisprudentie leiden niet tot het oordeel dat er sprake is van structurele of fundamentele tekortkomingen die een schending van artikel 4 van Pro het EU Handvest veroorzaken. Ook de door eiser overgelegde documenten en zijn eigen ervaringen in Kroatië zijn onvoldoende om het vertrouwen in Kroatië te doorbreken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.