ECLI:NL:RBDHA:2026:19268
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over vrijstelling mvv-vereiste en verblijfsvergunning wegens medische situatie en artikel 8 EVRM
Eiseres, een 80-jarige vrouw met ernstige medische klachten, waaronder epilepsie en vermoedelijke dementie, verblijft sinds 2022 bij haar zoon in Nederland. Zij vroeg om een verblijfsvergunning met vrijstelling van het mvv-vereiste op medische gronden en op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister wees dit af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat de minister de medische situatie van eiseres onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft beoordeeld. Het BMA-advies werd betwist en de minister heeft niet voldaan aan zijn vergewisplicht. Ook de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro is ondeugdelijk, omdat de minister onvoldoende rekening hield met de persoonlijke omstandigheden, de binding met Nederland en de beperkte zorgmogelijkheden in Noord-Macedonië.
Daarnaast is het beroep op schrijnendheid en de hardheidsclausule onvoldoende gemotiveerd afgewezen. De minister dient de zaak alsnog voor te leggen aan de commissie Schrijnende Zaken. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het aanvullende besluit en draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de verslechterde medische situatie en het tijdsverloop moeten worden betrokken. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen twaalf weken.