ECLI:NL:RVS:2025:3166
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens middelenvereiste bevestigd ondanks gezondheidsomstandigheden partner
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 juni 2021 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste. Na een bezwaarprocedure bleef de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de relevante feiten en omstandigheden, waaronder de gezondheidssituatie van de referent.
In hoger beroep stelde de minister dat onzekere toekomstige gebeurtenissen, zoals de impact van de komst van betrokkene op de gezondheid van de referent en de mogelijke vermindering van zorgkosten, niet betrokken hoefden te worden bij de beoordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat alle relevante aspecten, inclusief onzekere toekomstige gebeurtenissen die door de vreemdeling zijn aangedragen, moeten worden meegewogen, waarbij de minister een eigen gewicht kan toekennen afhankelijk van de waarschijnlijkheid.
De Afdeling bevestigde dat de minister bij haar nieuwe besluitvorming rekening moet houden met de mogelijke positieve effecten van de overkomst van betrokkene op de gezondheid van de referent en de zorgkosten, conform artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn, het evenredigheidsbeginsel en artikel 4:84 Awb Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf blijft in stand met de verplichting tot een nieuw besluit.