ECLI:NL:RBDHA:2026:16891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.C.L.J. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres diende op 11 oktober 2025 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in Nederland in, die door de minister op 20 februari 2026 niet in behandeling werd genomen omdat Litouwen verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiseres was eerder in Litouwen asiel aangevraagd en vertrok tijdens de procedure naar België, waar zij ook een asielaanvraag indiende. De rechtbank oordeelt dat eiseres nog procesbelang heeft omdat zij contact onderhoudt met haar gemachtigde en nog belang hecht aan de procedure.
Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, dat de minister niet zonder meer op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen vanwege tekortkomingen in Litouwen, dat zij als bijzonder kwetsbaar moest worden aangemerkt, en dat overdracht zou leiden tot indirect refoulement. De rechtbank verwierp deze gronden omdat eiseres onvoldoende objectieve onderbouwing leverde, de minister terecht uitging van het vertrouwensbeginsel, en er geen aanwijzingen zijn voor fundamentele systeemfouten in Litouwen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen werd afgewezen. De rechtbank concludeert dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.