Uitspraak
Vaststelling Nederlanderschap
Beschikking op het op 4 juni 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker],
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 22 juli 2025 van de IND, met bijlage;
- het bericht van 12 september 2025 van verzoeker, met bijlagen;
- het bericht van 5 januari 2026 van de IND;
- het bericht van 9 maart 2026 van verzoeker;
- het e-mailbericht van 17 april 2026 van verzoeker.
- de advocaat van verzoeker;
- mr. A. Salis, namens de IND.
Feiten
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1951 in [geboorteplaats], [land], dat toen als district deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden.
- Verzoeker kreeg bij zijn geboorte op grond van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI) de Nederlandse nationaliteit.
- Op 25 november 1975 werd [land] onafhankelijk en trad de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek [land] (TOS) in werking. Verzoeker was toen meerderjarig en woonde in Nederland. Op grond van artikel 3 van Pro deze overeenkomst behield verzoeker de Nederlandse nationaliteit, omdat hij weliswaar in [land] is geboren, maar bij inwerkingtreding van de TOS in Nederland zijn hoofdverblijf had.
- In 2004 is verzoeker vanuit Nederland teruggekeerd naar [land] met gebruikmaking van de voorzieningen van de Remigratiewet. Verzoeker is op 2 augustus 2004 ingeschreven in het bevolkingsregister van [geboorteplaats].
- Bij besluit van 7 mei 2005 van de President van de Republiek [land] is aan verzoeker, op zijn verzoek, met ingang van 7 mei 2005 de Surinaamse nationaliteit verleend, waarbij verzoeker erop is gewezen dat hij al het mogelijke moet doen om zijn vorige nationaliteit te verliezen, omdat anders de Surinaamse nationaliteit kan worden ingetrokken.
- Bij brief van 21 juni 2011 heeft de ambassadeur van de Nederlandse ambassade in [land] verzoeker bericht dat verzoeker door vrijwillige verkrijging van de Surinaamse nationaliteit als meerderjarige het Nederlanderschap van rechtswege heeft verloren.
- Verzoeker is op 25 oktober 2024 teruggekeerd naar Nederland.
- Verzoeker beschikt over een Surinaams paspoort, geldig tot 26 maart 2027.
Verzoek en het standpunt van de IND
Beoordeling
in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, onder meer omdat hij door de Nederlandse Staat – achteraf gezien onterecht – steeds is voorgelicht dat hij de Nederlandse nationaliteit niet langer had en dat hij om die reden geen Nederlands paspoort heeft aangevraagd, terwijl hij door met visa naar Nederland te reizen een effectieve band met dat land heeft behouden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Tjebbes), punt 40, onder verwijzing naar HvJEU 2 maart 2010, zaak C-135/08, ECLI:EU:C:2010:104 (
Rottmann), punten 55-56.
Tjebbes), punten 44-46, en ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:423, rov. 11.2.
Chavez-Vilchez), punt 60.
tot 7 mei 2015 de Nederlandse nationaliteit bezat. Op 7 mei 2015 heeft verzoeker de Nederlandse nationaliteit van rechtswege verloren. De rechtbank zal vaststellen dat verzoeker van [datum] 1951 tot 7 mei 2015 de Nederlandse nationaliteit bezat en zal het meer of anders verzochte afwijzen.