10.3Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van dagvaarding I
De rechtbank stelt op basis van het dossier en de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding het volgende vast. De verdachte heeft erkend op 20 juni 2023 teksten te hebben aangebracht op de wand van de A12/Utrechtsebaan, naar uit het dossier blijkt, op de wand “stad in”. Uit het dossier en de toelichting door de Gemeente Den Haag blijkt dat daardoor schade is ontstaan. De teksten zijn meerdere maanden zichtbaar geweest en zijn vervolgens verwijderd. Onder deze omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat de teksten blijkens de factuur d.d. 27 november 2023 van de tunnelwand “stad in” zijn verwijderd door (onder andere) de verdachte zijn aangebracht. Hiermee is het causaal verband tussen het bewezenverklaarde feit en deze schade gegeven.
De rechtbank zal de vordering, voor zover deze ziet op de tunnelwand “stad uit” afwijzen, nu uit het dossier niet kan niet worden afgeleid dat de verdachte ook op deze plaats leuzen heeft geplaatst. De enkele omstandigheid dat het in beide gevallen gaat om leuzen van Extinction Rebellion, maakt dat niet anders.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde partij het gevorderde schadebedrag, dat ziet op de tunnelwand “stad in”, te weten € 3.025,-, voldoende onderbouwd. De hoogte van dit bedrag is door de verdediging ook niet gemotiveerd betwist. De schade is een rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde vernieling. De verdachte is daarom aansprakelijk voor de geleden schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij daarom toewijzen ter hoogte van het gevorderde bedrag, te weten € 3.025,-.
De rechtbank ziet geen aanleiding dit schadebedrag te matigen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van de factuurdatum, 27 november 2023, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
Nu de vordering (deels) wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij heeft/hebben betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Geen schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal aan de verdachte geen verplichting opleggen tot betaling van het toegewezen bedrag aan de Staat. Naar het oordeel van de rechtbank is de ratio van de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht dat natuurlijke personen bij de inning van de schadevergoeding worden ontlast. Van de gemeente Den Haag mag worden verwacht dat zij zelf de wegen kent om de toegewezen schadevergoeding bij de verdachte te incasseren. Oplegging van de schadevergoedingsmaatregel acht de rechtbank dan ook niet passend.
Ten aanzien van dagvaarding II
De rechtbank stelt op basis van het dossier en de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding het volgende vast. De verdachte heeft erkend op 26 maart 2024 teksten te hebben aangebracht op de wand van de A12/Utrechtsebaan. Uit het dossier en de toelichting door de Gemeente Den Haag blijkt dat daardoor schade is ontstaan. De teksten zijn vervolgens door het bedrijf Gevelmeesters verwijderd. De kosten voor de verkeersmaatregelen zijn onderbouwd met een factuur en door de verdediging niet betwist. Gevelmeesters offreert op 29 maart 2024 een bedrag van € 1.575,00 (ex BTW) voor het “verwijderen van graffiti/overschilderen aan de Utrechtsebaan”. De factuur van 10 april 2024 van € 1.575,00 van Gevelmeester vermeldt bij de betreft-regel weliswaar “Spoorviaduct boven de A12 Utrechtsebaan te Den Haag”, maar gelet op de voornoemde offerte met daarop hetzelfde geldbedrag is de rechtbank van oordeel dat de gemeente het schadebedrag voldoende heeft onderbouwd. De hoogte van het schadebedrag is door de verdediging ook niet betwist. De schade is een rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde beschadiging. De verdachte is daarom aansprakelijk voor de geleden schade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij daarom toewijzen ter hoogte van het gevorderde bedrag, te weten € 5.094,10.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van de laatste factuurdatum, 15 april 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij heeft/hebben betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Geen schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal aan de verdachte geen verplichting opleggen tot betaling van het toegewezen bedrag aan de Staat. Naar het oordeel van de rechtbank is de ratio van de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht dat natuurlijke personen bij de inning van de schadevergoeding worden ontlast. Van de gemeente Den Haag mag worden verwacht dat zij zelf de wegen kent om de toegewezen schadevergoeding bij de verdachte te incasseren. Oplegging van de schadevergoedingsmaatregel acht de rechtbank dan ook niet passend.