Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd vervolgd wegens medeplegen van lokaalvredebreuk in de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat tijdens een vreedzame demonstratie op 20 oktober 2020. De demonstratie vond plaats met toestemming tot 17:00 uur, waarna de groep weigerde te vertrekken. Na vorderingen van de veiligheidsadviseur en politie werden de demonstranten aangehouden. Het hof verklaarde de verdachte schuldig zonder strafoplegging, oordelend dat het politieoptreden en vervolging toelaatbare beperkingen vormden op het demonstratierecht.
De verdediging voerde aan dat de strafvervolging in strijd was met de artikelen 10 en 11 EVRM, omdat de demonstratie vreedzaam was en het strafrechtelijk optreden disproportioneel. De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie van het EHRM over de bescherming van vreedzame demonstraties en het vereiste van noodzakelijkheid en proportionaliteit bij beperkingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, met name dat het politieoptreden en vervolging niet tot ontslag van rechtsvervolging leiden. Gezien het vreedzame karakter van de demonstratie en het feit dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren, had het hof het verweer dat strafvervolging disproportioneel is, niet zonder meer mogen verwerpen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling en afdoening. Dit arrest benadrukt het belang van zorgvuldige afweging van demonstratierechten en proportionaliteit in strafrechtelijke vervolgingen van demonstranten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens onvoldoende motivering omtrent disproportionaliteit van strafrechtelijk optreden.