Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1105

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2013
Publicatiedatum
5 november 2013
Zaaknummer
12/04549
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 SvArt. 350 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beoordeling nietigheid dagvaarding vernieling

In deze cassatieprocedure betrof het een strafzaak over vernieling van een ruit aan een perceel in Diemen. De verdachte werd ervan beschuldigd opzettelijk en wederrechtelijk een ruit te vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken, een feit toegespitst op artikel 350, eerste lid, Sr.

Het hof had de dagvaarding nietig verklaard omdat het oordeel was dat de termen vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken niet voldoende feitelijke betekenis zouden hebben en daardoor de tenlastelegging onvoldoende concreet was. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen dit oordeel.

De Hoge Raad oordeelde dat de gebruikte termen wel degelijk feitelijke betekenis hebben conform de strafbepaling en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd voor zover het dit oordeel betrof.

De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam om het hoger beroep over het tenlastegelegde feit opnieuw te behandelen en te beslissen. Hiermee wordt de procedure voortgezet met een juiste juridische toetsing van de dagvaarding en de tenlastelegging.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van het tenlastegelegde.

Uitspraak

5 november 2013
Strafkamer
nr. 12/04549
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 maart 2012, nummer 23/003768-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep - dat blijkens de daarvan opgemaakte akte niet is gericht tegen de ter zake van feit 1 gegeven beslissingen - is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding wat betreft het onder 2 tenlastegelegde moet worden nietig verklaard.
2.2.1.
Aan de verdachte is onder 2 tenlastegelegd dat:
"hij op of omstreeks 7 augustus 2010 te Diemen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een (voor)deur behorende bij perceel [a-straat 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt."
2.2.2.
Het Hof heeft wat betreft dat feit de dagvaarding nietig verklaard op de grond dat "het onder 2 ten laste gelegde feit onvoldoende feitelijk is omschreven".
2.2.3.
Art. 350, eerste lid, Sr luidt:
"Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."
2.3.
De tenlastelegging is toegesneden op art. 350, eerste lid, Sr. De in de tenlastelegging voorkomende termen "vernield", "beschadigd" en "onbruikbaar gemaakt" zijn kennelijk gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan de dienovereenkomstige uitdrukkingen in die bepaling. Voor zover in het bestreden arrest als oordeel van het Hof besloten ligt dat de termen "vernielen", "beschadigen" en "onbruikbaar maken" niet mede feitelijke betekenis hebben en dat de tenlastelegging wat betreft de opgave van het feit niet voldoet aan de eisen van art. 261 Sv Pro, geeft het blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
2.4.
Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak – voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen – niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak wat betreft het onder 2 tenlastegelegde op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 november 2013.