ECLI:NL:RBDHA:2026:10685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken afgewezen
Eiser diende een asielaanvraag in, maar de minister besloot deze niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening. De minister verlengde vervolgens de overdrachtstermijn van zes naar achttien maanden vanwege het onderduiken van eiser, die zich niet aan meldplicht hield en met onbekende bestemming vertrok.
Eiser voerde aan onvoldoende geïnformeerd te zijn over zijn verplichtingen en meldplicht, en dat hij door zorg voor zijn zwangere partner meldingen miste. De minister stelde dat eiser meerdere malen was geïnformeerd over zijn verplichtingen en consequenties, en dat het missen van meldingen niet verschoonbaar was. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende was geïnformeerd en dat het missen van meldingen en vertrek met onbekende bestemming duidden op onderduiken.
De rechtbank volgde de minister en verwierp het beroep. De verlenging van de overdrachtstermijn was rechtmatig, ook al was er nog geen concrete overdrachtsdatum. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatige verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden wegens onderduiken.