ECLI:NL:RBDHA:2026:10678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken beschermwaardig privéleven en inreisverbod niet strijdig met Associatieovereenkomst
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende ondernemer, verzocht om een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn privéleven in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat eiser geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en niet voldeed aan de vrijstellingsvoorwaarden. Tevens legde de minister een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser voerde aan dat hij sociaal en economisch geïntegreerd is en dat het inreisverbod in strijd is met de standstill-bepaling en non-discriminatiebepaling van de Turkse Associatieovereenkomst. Ook stelde hij dat de minister onjuist het toetsingskader toepaste en onvoldoende rekening hield met bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor het bestaan van een beschermwaardig privéleven en dat de minister terecht geen belangenafweging maakte. Het inreisverbod werd gezien als een vreemdelingenrechtelijke handhavingsmaatregel en niet als een nieuwe beperking in de zin van de Associatieovereenkomst. De non-discriminatiebepaling was niet geschonden omdat het inreisverbod gelijk werd toegepast op alle derdelanders zonder rechtmatig verblijf.
Ook werd geoordeeld dat de minister niet hoefde af te wijken van het beleid op grond van de hardheidsclausule, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden voldoende had toegelicht. De hoorplicht werd niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard, met afwijzing van het verzoek tot terugbetaling griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.