ECLI:NL:RVS:2025:1625
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en bevestiging inreisverbod
Betrokkene, een Turkse onderdaan, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan met de beperking arbeid als zelfstandige bij een klussenbedrijf. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing, met name het ontbreken van een op de onderneming toegespitste markt- en concurrentieanalyse.
De rechtbank had de afwijzing vernietigd en de hoorplicht geschonden geacht. De minister stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte een eigen invulling gaf aan de wijze waarop de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) tot haar advies komt en dat een gedegen markt- en concurrentieanalyse noodzakelijk is.
De Afdeling oordeelde dat de minister de motiveringsplicht heeft vervuld door het ontbreken van een toegespitste analyse en onvoldoende onderbouwing van kennis en ervaring. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat betrokkene geen steekhoudende verklaring gaf voor het ontbreken van stukken.
Betrokkene voerde nog aan dat het uitgevaardigde inreisverbod in strijd was met internationale bepalingen en het proportionaliteitsbeginsel, maar dit werd verworpen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en vernietigde het besluit van 10 februari 2022. Tevens werd het verzoek van betrokkene om toepassing van het driejarenbeleid ingewilligd, waarna vermoedelijk het inreisverbod wordt ingetrokken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft gehandhaafd; het verzoek om toepassing van het driejarenbeleid wordt ingewilligd.