ECLI:NL:RBDHA:2025:500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen plaatsingsbesluit HTL en onbevoegdheid rechtbank inzake vrijheidsbeperkende maatregel
De zaak betreft een beroep van een asielzoeker tegen een besluit van het COa om hem te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege ernstige incidenten en gedragingen met grote impact. De eiser verbleef sinds september 2023 in opvang en had meerdere malen de huisregels overtreden, waaronder fysiek geweld en meldplichtverzuim. Het COa had hem meerdere waarschuwingen en maatregelen opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ontvankelijk is en inhoudelijk getoetst moet worden. De rechtbank stelt vast dat de incidenten en de kwalificatie als gedragingen met zeer grote impact niet zijn bestreden en dat het COa conform het Maatregelenbeleid heeft gehandeld. Er is voldoende rekening gehouden met medische omstandigheden, waaronder het GZA-akkoord, en er zijn geen contra-indicaties voor de HTL-plaatsing.
Het betoog van eiser dat sprake zou zijn van dubbele bestraffing vanwege een lopend strafrechtelijk onderzoek wordt verworpen, omdat de HTL-maatregel een bestuursrechtelijke ordemaatregel betreft en geen strafrechtelijke sanctie. Ook de stelling dat onbevoegd geweld wordt toegepast en dat zijn privacyrechten worden geschonden, wordt niet onderbouwd en faalt.
Ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel stelt de rechtbank vast dat deze niet is opgelegd, omdat eiser direct na aankomst in de HTL afzag van opvang. Hierdoor is er geen besluit in de zin van de Awb genomen en is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep hiertegen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.