Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
in dat gevalniet alleen de plaatsing in de HLT, maar ook het gedrag en de uitkomst van de beoordeling of de betrokkene in aanmerking komt voor terugplaatsing in de reguliere opvang
in zijn invloedsfeerligt en de betrokkene daardoor deze terugplaatsing zelf kan bewerkstelligen door eenvoudige aanpassing van zijn gedragingen. De rechtbank onderschrijft deze specifieke overweging nog steeds, ondank “de kritiek in de literatuur” dat het voor de betrokkene volstrekt niet duidelijk zou zijn om welke gedragingen het zou gaan. De rechtbank herhaalt nogmaals dat het om basale gedragsregels gaat en dat ook verwacht mag worden dat diegenen die gebruik willen maken van hun recht op opvang zich daaraan conformeren omdat de veiligheid van medebewoners en degenen die werkzaam zijn in de opvanglocaties gewaarborgd moet zijn. In het algemeen kan er van worden uitgegaan dat de betrokkene weet waarom hij wordt overgeplaatst naar de HTL, dat hij bij aanvang de huisregels van de HTL ontvangt en dat hij wordt geïnformeerd over het verblijf, de wijze van toezicht en wanneer hij in aanmerking komt voor terugplaatsing en hoe en wanneer dit wordt beoordeeld. In beginsel behoudt een vrijheidsbeperkende maatregel het karakter van vrijheidsbeperking als aan deze vereisten in is voldaan.
aan en in zijn lichaamwordt verricht waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een bodyscan zoals die wel aanwezig is in het DTC Rotterdam ten behoeve van het lichamelijk visiteren van in bewaring gestelde vreemdelingen. Het zonder wettelijke basis en dus niet rechtmatig visiteren is, zeker indien dit wordt begaan in een setting waarbij degene die dit ondergaat zich in de macht van de autoriteiten bevindt en zich hieraan niet kan onttrekken, voldoende ernstig om tot opheffing van elke maatregel over te gaan.
Als in bewaring stellen van vreemdelingen die wegens hun gedrag onhoudbaar zijn op reguliere opvanglocaties mogelijk is, wordt dat terughoudend toegepast. Daarom is een locatie als de htl noodzakelijk.“ weinig begrijpelijk. Het opleggen van een 56 Vw-maatregel kan weliswaar worden gekwalificeerd als een lichter middel dan een bewaringsmaatregel. Beide maatregelen hebben echter een bestuursrechtelijk karakter en hebben geen punitief karakter. Het plaatsingsbesluit en maatregelenbeleid van het COa kent hierbij een ander toetsingskader. De rechtbank toetst in de onderhavige procedure echter enkel de 56 Vw-maatregel.
géénbetrekking heeft op de inzet en kwaliteit van de individuele medewerkers van de HTL en andere derden die werkzaamheden op de HTL verrichten. De rechtbank twijfelt ook niet aan de inzet en betrokkenheid van deze derden. Deze overwegingen van de onderhavige uitspraak van de rechtbank hebben uitsluitend betrekking op het (juridische) kader dat voorziet in de wijze van tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel in de HTL.