ECLI:NL:RBDHA:2025:23304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buitenbehandelingstelling paspoortaanvraag wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser diende op 27 juli 2023 een aanvraag in voor een Nederlands paspoort bij de ambassade in Rabat. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege twijfels over zijn identiteit. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij zich inmiddels in Nederland bevond en een identiteitskaart had ontvangen.
Eiser stelde dat hij wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het primaire besluit, mede vanwege geleden materiële en immateriële schade door de lange detentie en de situatie na de aanvraag. Verweerder stelde dat er geen procesbelang was en dat het causale verband met schade niet was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet zorgvuldig had gehandeld door niet te onderzoeken of er naast het belang bij het paspoort nog andere belangen speelden, zoals schadevergoeding. Het primaire besluit was onrechtmatig omdat verweerder nagelaten had nadere vragen te stellen bij twijfel over de identiteit en het advies van de fraude unit niet had gevolgd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar tegen het primaire besluit gegrond. Verweerder moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De uitspraak komt in de plaats van het vernietigde besluit en bevestigt het belang van zorgvuldigheid en procesbelang bij schadeclaims in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar tegen het primaire besluit gegrond verklaard; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.