ECLI:NL:RVS:2022:3504
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vervallenverklaring tenaamstelling voertuig
De RDW verklaarde op 29 mei 2019 de tenaamstelling van het voertuig van appellant vervallen, omdat uit een politieonderzoek bleek dat het kentekenbewijs niet bij het voertuig hoorde. Appellant maakte bezwaar, dat op 2 december 2019 ongegrond werd verklaard. Op 5 maart 2021 herzag de RDW dit besluit en herstelde de tenaamstelling, waarna appellant beroep instelde tegen het intrekkingsbesluit.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de tenaamstelling was hersteld en appellant met het voertuig kon rijden. Appellant voerde hoger beroep en stelde dat er alsnog procesbelang bestond vanwege mogelijke toekomstige problemen met politie en geleden schade.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep gaat over het vervallenverklaringsbesluit en dat een toekomstige gebeurtenis geen procesbelang oplevert. Tevens was appellant onvoldoende in staat gesteld aannemelijk te maken dat hij schade had geleden door het bestreden besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens gebrek aan procesbelang.