ECLI:NL:CRVB:2021:244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gesloten buitenwagen wegens ontbreken rijvaardigheidsonderzoek
Appellant, met mobiliteitsbeperkingen, vroeg vervanging van een gesloten buitenwagen aan bij het college. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens vermeende niet-medewerking van appellant aan onderzoek. Na bezwaar en beroep stelde het college later een voorwaardelijke verstrekking van de wagen vast, afhankelijk van een rijvaardigheids- en rijgeschiktheidstest.
Appellant betwistte de voorwaardelijkheid en stelde dat het onderzoek voorafgaand aan het besluit had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelde dat het college inderdaad eerst het onderzoek naar rijvaardigheid had moeten uitvoeren voordat het besluit werd genomen. Het ontbreken van dit onderzoek maakt het besluit strijdig met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015, waardoor het besluit wordt vernietigd.
Verder werd het hoger beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt schade te hebben geleden. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed. Het college moet een nieuwe beslissing nemen waarbij het rijvaardigheidsonderzoek wordt uitgevoerd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk; het tweede besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen na rijvaardigheidsonderzoek.