ECLI:NL:CRVB:2021:359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- R.E. Bakker
- D. HardonkPrins
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en schadevergoeding bij terminologische onjuistheid in Wmo-voorziening
Appellante, die beperkingen ondervindt bij huishoudelijke taken, kreeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) voor vier uur per week hulp bij het huishouden toegekend. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen trok deze voorziening in, maar de rechtbank herstelde dit besluit. Vervolgens stelde het college de hoogte van het pgb vast en wijzigde de terminologie van de maatwerkvoorziening naar 'lichte ondersteuning' in plaats van 'HH1', wat tot bezwaar leidde.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep voerde appellante aan dat de verkeerde terminologie verwarring en betalingsproblemen veroorzaakte, en dat zij immateriële schade leed door stress en procedures. De Raad concludeerde echter dat appellante slechts een formeel belang had en geen procesbelang kon ontlenen aan haar verzoek om vernietiging van de besluiten.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de onderbouwing van het schadeverzoek te summier en algemeen was, waardoor het niet aannemelijk was dat appellante daadwerkelijk schade had geleden. Daarom wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het hoger beroep is voor het overige niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.