ECLI:NL:RBDHA:2025:22691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eisers hebben op 6 mei 2025 asielaanvragen ingediend die de minister op 24 september 2025 niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers betwisten dit en voeren onder meer aan dat Duitsland tekortschiet in asielprocedure en opvang, dat overdracht indirect refoulement oplevert en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege medische omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht wordt toegepast omdat eisers onvoldoende onderbouwen dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Duitsland. De verwijzingen naar bronnen en rapporten zijn onvoldoende concreet en de minister heeft het nieuwste AIDA-rapport betrokken. Ook is er geen bewijs dat de Duitse autoriteiten niet kunnen helpen bij problemen.
Ten aanzien van het verbod op indirect refoulement stelt de rechtbank vast dat zonder systeemfouten in Duitsland de rechtbank dit niet mag toetsen. De brief van Duitse autoriteiten dateert van vóór het claimakkoord en verandert de situatie niet.
De medische omstandigheden van eisers en hun minderjarige zoon zijn onvoldoende onderbouwd om artikel 17 toe Pro te passen. Er is geen bewijs dat specialistische zorg alleen in Nederland beschikbaar is of dat overdracht tot onomkeerbare gezondheidsschade leidt. De belangen van het kind zijn voldoende meegewogen.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de besluiten blijven in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.