ECLI:NL:RBDHA:2025:22527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Algerijnse eiser na deelname aan Hirak-protesten
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 27 november 2025, wordt het beroep van een Algerijnse eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag beoordeeld. De eiser, geboren in 1966, heeft op 14 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Asiel en Migratie op 15 november 2024 als ongegrond is afgewezen. De rechtbank heeft de zaak op 20 januari 2025 behandeld, waarbij zowel de gemachtigde van de eiser als die van de minister aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is, omdat de verklaringen van de eiser over zijn deelname aan de Hirak-protesten en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn. De minister heeft aangegeven dat de identiteit en nationaliteit van de eiser geloofwaardig zijn, maar dat de problemen die hij stelt te hebben ondervonden niet onderbouwd zijn met objectieve documenten. De rechtbank concludeert dat er geen gegronde vrees voor vervolging is en dat de minister de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen.
De eiser heeft verzocht om aanhouding van de behandeling in afwachting van prejudiciële vragen, maar de rechtbank oordeelt dat dit verzoek niet nodig is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de procedure zorgvuldig is verlopen en dat er geen schending van de goede procesorde heeft plaatsgevonden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. De eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.