ECLI:NL:RBDHA:2025:22363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens overdracht aan Polen op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank beoordeelt het besluit van de minister om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege systeemfouten in Polen, risico op onmenselijke behandeling, detentiegevaar en zijn bijzondere kwetsbaarheid als slachtoffer van mensenhandel en LHBTIQ+-persoon.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor systeemfouten die de hoge drempel van het arrest Jawo halen. De aangevoerde rapporten en jurisprudentie bevestigen niet dat Polen geen effectieve rechtsbescherming biedt of dat detentie onvermijdelijk is. Ook de beweringen over discriminatie van LHBTIQ+-personen zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder is eiser niet geslaagd in het aantonen van bijzondere kwetsbaarheid die overdracht zou moeten voorkomen. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat hij slachtoffer is van mensenhandel of dat zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd door overdracht. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat de minister terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft in stand. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.