ECLI:NL:RBDHA:2025:18434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Russische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 8 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, gezien een eerdere asielaanvraag van eiser in Frankrijk op 29 september 2023.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege schrijnende opvangtekorten in Frankrijk, zoals blijkt uit het AIDA-rapport van juni 2025, en verwees naar mogelijke schendingen van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Tevens stelde hij dat zijn ouders in Nederland verblijven, wat een uitzondering op de overdracht zou kunnen rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te weerleggen. De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de problemen in Frankrijk niet zo ernstig zijn dat overdracht onrechtmatig is. Ook de familieband met de ouders werd onvoldoende onderbouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en bevestigde dat het terugnameverzoek door Frankrijk was geaccepteerd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt niet-ontvankelijk verklaard.