ECLI:NL:RBDHA:2025:10247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De voorzieningenrechter had eerder de schorsing van het besluit bevolen, zodat eiser niet aan Kroatië kon worden overgedragen totdat het beroep was beslist.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld en geoordeeld dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Hoewel eiser persoonlijke ervaringen van mishandeling, pushbacks en detentie in Kroatië aanvoert, oordeelt de rechtbank dat deze niet voldoende zijn om af te wijken van de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast is geoordeeld dat de overdracht aan Kroatië niet leidt tot een onevenredige hardheid, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere en individuele omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser wordt terecht aan Kroatië overgedragen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft in stand.