ECLI:NL:RBDHA:2024:9980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De staatssecretaris heeft op 10 april 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 21 juni 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig is omdat geen lichter middel is opgelegd, de staatssecretaris niet voortvarend werkt aan uitzetting, en er geen zicht is op uitzetting binnen afzienbare tijd. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen niet onderbouwd zijn en bevestigt haar eerdere oordeel dat de maatregel rechtmatig is en de gronden deze kunnen dragen.
De staatssecretaris heeft sinds het sluiten van het onderzoek meerdere acties ondernomen, waaronder het appèl op de lp-aanvraag en vertrekgesprekken met eiser. Ook is een presentatie in persoon gepland. De rechtbank acht dit voldoende voortvarend handelen. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat het zicht op uitzetting ontbreekt, ook al loopt het lp-traject al elf maanden.
Eiser heeft bovendien de verplichting om actief mee te werken aan zijn uitzetting, hetgeen niet is gebleken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.