ECLI:NL:RBDHA:2024:8586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag statushouder vanwege internationale bescherming in Italië
Eiser, een Somalische statushouder, diende op 22 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag op 3 mei 2024 niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Italië tot 13 juni 2027.
De rechtbank behandelde het beroep op 29 mei 2024 en oordeelde dat het beroep ongegrond is. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat eiser een zodanige band heeft met Italië dat het redelijk is dat hij daarheen terugkeert. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer in Italië een situatie zal treffen die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De rechtbank nam mee dat statushouders in Italië dezelfde rechten hebben als Italiaanse staatsburgers op het gebied van werk, zorg en huisvesting en dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn rechten te effectueren. De verwijzingen van eiser naar het decreet van 7 augustus 2023 en rapporten over de situatie in Italië konden het oordeel niet veranderen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.