ECLI:NL:RBDHA:2024:8383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair wegens ontbreken mvv en geen toetsing oud-Nederlanderschap
Eiser, geboren in 1975 en houder van de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden vanwege zijn vermeende status als oud-Nederlander met sterke banden met Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) en het niet kunnen vrijstellen daarvan.
Eiser voerde in beroep aan dat het mvv-vereiste onterecht werd toegepast en dat de staatssecretaris ten onrechte niet had getoetst aan de voorwaarden voor verblijf als oud-Nederlander. Tevens stelde hij dat hij het Nederlanderschap niet had verloren en deed een beroep op Europese bepalingen en jurisprudentie. De staatssecretaris handhaafde het besluit en stelde dat de Emancipatiewet en de aangehaalde jurisprudentie niet relevant waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen mvv had en niet was vrijgesteld, en dat de beroepsgrond op artikel 8 EVRM Pro niet was onderbouwd. De stelling dat eiser het Nederlanderschap niet had verloren kon in deze procedure niet worden getoetst, omdat het een reguliere aanvraag betrof waarvoor andere procedures beschikbaar zijn. Het beroep op de Emancipatiewet en Unierecht faalde, evenals het beroep op artikel 47 Handvest Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair wordt ongegrond verklaard vanwege ontbreken mvv en geen vrijstelling.