ECLI:NL:RBDHA:2024:23117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 20 januari 2024 een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Kroatië gedaan, dat werd geaccepteerd. Eiser voerde aan dat het standaard voornemen onvoldoende was gemotiveerd, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Kroatië niet van toepassing was vanwege mensenrechtenschendingen, en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege zijn medische situatie en familiebanden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het standaard voornemen voldoet aan de vereisten en dat eiser voldoende gelegenheid had om te reageren. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing op Kroatië, zoals bevestigd door recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Kroatische asielprocedure of opvangvoorzieningen die een overdracht zouden verhinderen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalde, omdat eiser onvoldoende onderbouwde dat zijn medische situatie of familiebanden in Nederland een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank concludeerde dat het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt terecht niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.