ECLI:NL:RBDHA:2024:19466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring wegens misbruik van recht in vreemdelingenrecht
De Minister van Asiel en Migratie legde eiser op 1 november 2024 een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 6 november 2024 opgeheven vanwege uitvoering van een strafvonnis.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding toekwam. Eiser voerde aan dat de maatregel niet rechtsgeldig was ondertekend en dat hij niet op de juiste grondslag in bewaring was gesteld omdat hij rechtmatig verblijf had in afwachting van een aanvraag van 1 maart 2024. De rechtbank oordeelde dat de ondertekening rechtsgeldig was en dat eiser geen rechtmatig verblijf had vanwege misbruik van recht.
De rechtbank stelde vast dat eiser de aanvraag deed terwijl hij in bewaring zat en zijn verblijfsrecht eerder was beëindigd, zonder geloofwaardige onderbouwing. Ook werd geoordeeld dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld bij de vertrekhandelingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.