ECLI:NL:RBDHA:2024:17844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De minister heeft op 15 mei 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel reeds tweemaal eerder getoetst en verklaarde deze toen rechtmatig. In deze procedure staat de rechtmatigheid van de voortduring van de maatregel sinds 2 augustus 2024 centraal.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, onder meer omdat hij in 2017 was uitgezet maar kort daarna werd teruggestuurd en omdat er geen reactie is gekomen op een lopende lp-aanvraag. Tevens stelt eiser dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat een lichter middel passend is omdat hij bij vrienden kan verblijven en over financiële middelen beschikt.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat er geen reden is om aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting, getuige meerdere rappels en vertrekgesprekken. De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en bevestigt de voortduring van de maatregel van bewaring.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.