ECLI:NL:RBDHA:2024:13379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige herkomst en onvoldoende medische onderbouwing
Eiser, van Somalische nationaliteit, verzocht op 4 juni 2022 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees dit verzoek op 23 april 2024 af als kennelijk ongegrond, mede vanwege een taalanalyse die de opgegeven herkomst uit Zuid-Somalië niet bevestigde. Eiser voerde aan dat zijn moedertaal anders was door opvoeding en migratie, en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn herkomst en de problemen met Al-Shabaab.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht op het advies van de taalanalist mocht vertrouwen, aangezien de vergewisplicht was nageleefd en het advies zorgvuldig was opgesteld. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd om zijn Zuid-Somalische herkomst aannemelijk te maken, en zijn inconsistenties in verklaringen werden meegewogen. De rechtbank volgde de minister ook in het oordeel dat het asielrelaas niet verder hoefde te worden getoetst als de herkomst ongeloofwaardig is.
Daarnaast vroeg eiser uitstel van vertrek op medische gronden vanwege psychische en fysieke klachten. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende medische bewijsstukken had overgelegd waaruit bleek dat hij onder behandeling stond of dat er een acute medische noodsituatie was. De minister was daarom niet verplicht het Bureau Medische Advisering te raadplegen en mocht het verzoek afwijzen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag en het ontbreken van uitstel van vertrek. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het weigeren van uitstel van vertrek.