ECLI:NL:RVS:2015:4061
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 30 juli 2014 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde dit besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als kennelijk ongegrond verworpen. De staatssecretaris klaagde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk had gemaakt, en dat daardoor het asielrelaas onvoldoende was beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat de identiteit en Guinese nationaliteit van de vreemdeling niet waren vastgesteld, waardoor verdere beoordeling van het asielrelaas achterwege kon blijven. Het rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek bood geen duidelijkheid over het land waar de littekens waren opgelopen. De grief van de staatssecretaris slaagde, het hoger beroep werd gegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De beroepen van de vreemdeling werden alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdeling worden ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod gehandhaafd.