ECLI:NL:RVS:2022:3145
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om naturalisatie af omdat de identiteit en nationaliteit niet met zekerheid konden worden vastgesteld, ondanks overgelegde geboorteakte en paspoort. De afwijzing was mede gebaseerd op taalanalyses uit 2006 en 2020 die concludeerden dat appellant niet eenduidig tot de Sierra Leoonse spraakgemeenschap behoort.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt dit oordeel. Zij oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft waarom hij de documenten niet heeft laten onderzoeken door het Bureau Documenten, terwijl appellant aannemelijk maakte dat de documenten authentiek zijn. Tevens werd appellant niet vooraf gehoord over de nieuwe conclusies in de aanvullende taalanalyses, wat strijdig is met het hoor- en wederhoorbeginsel.
De Afdeling stelt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, maar veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een zorgvuldige herbeoordeling waarbij de genoemde gebreken worden hersteld.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en schending van hoorrecht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.