Eiseres, een V.O.F., betwist de door de Belastingdienst opgelegde naheffingsaanslag BPM voor een Mercedes-Benz E-klasse 63 AMG sedan. De discussie spitst zich toe op de juiste waardering van de auto, met name de hoogte van de waardevermindering wegens schade, en op de vraag of de hoorplicht door de Belastingdienst is nageleefd.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst de waardering heeft gebaseerd op een rapport van de Dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ), die een lagere waardevermindering dan eiseres hanteert. Eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de schade groter is dan door DRZ vastgesteld. Verder is geoordeeld dat de Belastingdienst voldoende gelegenheid heeft geboden voor een hoorgesprek, ondanks dat de gemachtigde van eiseres niet deelnam.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd aan eiseres, ook al is zij niet de kentekenhouder, en dat er geen strijd is met het Unierecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim een jaar, en tot vergoeding van proceskosten van €218,75.