ECLI:NL:RBDHA:2024:13167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, is sinds 12 oktober 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 14 augustus 2024.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring getoetst en oordeelde dat de maatregel tot 31 mei 2024 rechtmatig was verlengd. De vraag was nu of de bewaring sinds die datum rechtmatig voortduurde. Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting was.
Uit het voortgangsrapport blijkt dat eiser niet heeft meegewerkt aan geplande presentaties bij de Gambiaanse autoriteiten, waardoor deze niet konden plaatsvinden. Wel is een nieuwe presentatie gepland op 27 augustus 2024. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting en dat eiser zijn medewerkingsplicht niet nakomt. Daarom is het beroep ongegrond en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.