ECLI:NL:RBDHA:2024:11625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen naheffingsaanslagen BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee naheffingsaanslagen BPM voor twee Porsche-auto's, waarbij onder meer de berekening van de historische nieuwprijs, waardevermindering wegens schade en de herleidingsmethode voor de BPM-berekening in geschil waren.
De rechtbank oordeelt dat het verweerschrift tijdig is ingediend en dat eiser niet in zijn procesbelangen is geschaad. Voor auto 1 is vastgesteld dat de historische nieuwprijs onjuist is berekend vanwege een verkeerde CO2-uitstoot, maar dit leidt niet tot een lagere naheffing. De door eiser gestelde schade aan beide auto's is onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt, waardoor de taxatierapporten niet betrouwbaar zijn.
De rechtbank wijst de door eiser voorgestelde herleidingsmethode af omdat deze niet is toegestaan op grond van de Wet BPM 1992 en artikel 110 VWEU Pro. Wel wordt eiser een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen BPM worden ongegrond verklaard en eiser krijgt een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend.