Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder,
de Staat der Nederlanden, de Minister voor Rechtsbescherming, de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
“Artikel 2 Belastbaar Pro feit
Artikel 5 Tarieven Pro
Art.
- De gemeente heeft de baten voorzienbaar te laag geraamd. De totale baten in 2018 hadden geraamd moeten worden op ten minste € 25.000.000, gelet op het aantal grote bouwplannen op de projectenlijst, de verwachtingen van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) en de macro-economische omstandigheden.
- Voor de raming zijn verschillende, tegenstrijdige berekeningen gehanteerd waarbij gelijkluidende posten voor verschillende bedragen zijn opgenomen maar de uitkomst desondanks steeds hetzelfde is.
- Het relevante toetsingsmoment voor de kostendekkendheid van de Verordening is 2 november 2017. Door geen rekening te houden met de aangepaste raming voor 2017 is de raming voor 2018 willekeurig.
- Bij de raming is ten onrechte geen rekening gehouden met de inflatie van de bouwkosten.
- Verweerder heeft niet voldaan aan zijn plicht tot het verschaffen van inzicht in de raming van baten, omdat hij bij herhaling overgelegde informatie heeft gecorrigeerd.
- Gelet op de cijfers van de jaren 2016 tot en met 2019 zijn de baten structureel substantieel te laag begroot, met als gevolg dat de tarieven structureel onjuist zijn onderbouwd.
- De geraamde opbrengst uit kleine- en middelgrote bouwplannen is in de kostenonderbouwing € 2.400.000 te laag vastgesteld, gelet op de berekeningen in de uitspraak op bezwaar.
- De geraamde opbrengst uit kleine- en middelgrote bouwplannen is € 800.000 te laag vastgesteld, omdat ten onrechte is uitgegaan van een driejaarsgemiddelde in plaats van alleen 2016.
- De door de gemeente gehanteerde ramingssystematiek op basis van een driejaarsgemiddelde is in strijd met interne rapporten en daaruit volgende voorschriften.
- De geraamde opbrengst van € 9.900.000 voor de 62 objecten op de projectenlijst voor grote bouwplannen is te laag. Transformatieprojecten en ook onderhavig project zijn ten onrechte niet in de raming betrokken.
- Voor de projecten op de projectenlijst is een voorzienbare te lage weging van de kans op het indienen van een vergunningsaanvraag gehanteerd.
- In 2016 en 2017 was het aantal gerealiseerde grote bouwplannen meer dan twee keer zo groot als het aantal dat op basis van de projectenlijst was geraamd. De ‘stelpost’ voor grote bouwplannen had in redelijkheid niet mogen worden gesteld op € 5.000.000.
- Met betrekking tot de grote bouwplannen is geen meerjarenraming en onderbouwing van de actuele ontwikkelingen overgelegd.
- Bij de raming van grote bouwplannen op basis van het driejaarsgemiddelde is 2015 voor een te laag bedrag in aanmerking genomen.
- De correctie op de baten in verband met de ‘groene legeskorting’ had niet hoger mogen zijn dan € 250.000.
- De correctie op de baten in verband met de ‘groene legeskorting’ is ten onrechte in aanmerking genomen, omdat eventuele restituties niet uit hoofde van de Verordening maar uit hoofde van de ‘Regeling groene leges’ worden verstrekt.
- De correctie op de baten in verband met de tariefsverlaging is € 850.000 te hoog vastgesteld.
- De hoogte van de correctie op de baten in verband met verminderingsbesluiten is zonder toelichting onbegrijpelijk.
- De berekening van de geraamde baten in de uitspraak op bezwaar dient met € 1.500.000 te worden verhoogd, omdat daarin correcties ontbreken die wel in de kostenonderbouwing staan.
- De kosten voor huisnummering zijn geen lasten ter zake, omdat die kosten onvoldoende verband houden met de toetsing van omgevingsvergunningaanvragen.
- Ondanks verzoeken daartoe zijn de kosten voor Haaglanden Brandweer niet gespecificeerd, waardoor ze buiten aanmerking moeten blijven.
- De kosten voor overhead zijn in vergelijking met 2017 te hoog vastgesteld.
- De kosten voor de ‘groene legeskorting’ zijn geen lasten ter zake, omdat die kosten verband houden met een vrijstelling.
- Er is veel en diepgaand inzicht verschaft in de ramingen van zowel de kosten als de baten.
- De kostenonderbouwing is telkens leidend. De berekeningen in de uitspraak op bezwaar dienen ter aanvullende onderbouwing van de basisraming en de stelpost voor grote bouwplannen.
- In de berekening ter onderbouwing van de basisraming in de uitspraak op bezwaar zijn enkele foute bedragen opgenomen, maar herstel van die fouten heeft geen consequenties voor de kostenonderbouwing.
- Van een voorzienbaar te lage raming van baten voor het jaar 2018 is geen sprake. De verhoging van de raming van baten voor 2017 was verklaarbaar en voorzienbaar tijdelijk en gaf ten tijde van de vaststelling van de legestarieven voor 2018 geen aanleiding tot een aanpassing van de raming voor 2018.
- De ramingen zijn niet onredelijk. Er zijn verschillende (tarief)maatregelen getroffen om meeropbrengsten te voorkomen. Meeropbrengsten zijn ook nooit in de algemene middelen gestort, maar in een voorziening.
- Met inflatie is terecht geen rekening gehouden, omdat wordt geraamd op basis van het voorzichtigheidsprincipe.
- De bedragen voor kleine- en middelgrote bouwplannen in enerzijds de kostenonderbouwing en anderzijds de berekening in de uitspraak op bezwaar verschillen na toepassing van correcties slechts € 300.000 en dat verschil komt door afrondingen.
- De raming van de opbrengst uit grote bouwplannen is opgesteld op basis van een lijst van op dat moment 62 concrete projecten, aangevuld met een stelpost die is afgeleid uit de gemiddelde gerealiseerde opbrengst van drie voorgaande jaren. Dat is conform de aanbevelingen uit de doelmatigheidsonderzoeken.
- Bij de raming op basis van de projectenlijst wordt rekening gehouden met de te verwachten kans van indiening in een bepaald jaar, concrete transformatieprojecten worden opgenomen in de projectenlijsten, minder concrete zoals dat van eiseres en andere door eiseres genoemde transformatieprojecten niet.
- In 2016 en 2017 waren er niet twee keer zoveel gerealiseerde als geraamde grote bouwplannen.
- Voor de raming van baten zijn de bouwaanvragen relevant en is het bouwvolume niet relevant.
- Bij de raming van baten op basis van het driejaarsgemiddelde is 2015 niet voor een te laag bedrag in aanmerking genomen.
- De correctie op de baten in verband met de ‘groene legeskorting’ is gebaseerd op 500 bouwplannen met een gemiddelde legesvermindering van € 5.000; dat er weinig gebruik van deze regeling zou worden gemaakt was op het moment van het opstellen van de raming niet voorzienbaar.
- Restituties op grond van de ‘groene legeskorting’ worden verstrekt uit hoofde van de Verordening, omdat de Tarieventabel in die mogelijkheid voorziet.
- De correctie op de baten in verband met verminderingsbesluiten is geraamd op basis van ervarings- en realisatiecijfers.
- De door eiseres genoemde correcties ontbreken niet in de berekening van de geraamde baten in de uitspraak op bezwaar.
- De kosten voor huisnummering betreffen uitsluitend kosten in het kader van het vergunningenproces.
- Van de totale kosten voor Haaglanden Brandweer is € 960.000 toegerekend aan omgevingsvergunningaanvragen en € 500.000 aan andere zaken.
- De verhoging van de kosten voor overhead ten opzichte van 2017 is het gevolg van een organisatiewijziging, waardoor de kosten van twee afdelingen niet meer onder de ‘directe kosten’ maar onder de ‘directe overhead’ vallen.
- De ‘groene legeskorting’ betreft geen vrijstelling maar een voorwaardelijke vermindering, zodat kosten voor aanvragen daarvan kunnen worden toegerekend aan de Verordening.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.336;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 664;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50;
- draagt verweerder op € 180 van het door eiseres betaalde griffierecht aan haar te vergoeden;
- draagt de Staat op € 180 van het door eiseres betaalde griffierecht aan haar te vergoeden.