ECLI:NL:RBDHA:2023:7465
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens niet-naleving registratieplicht Arbeidstijdenwet gematigd wegens termijnoverschrijding
Transtolk B.V. kreeg een boete opgelegd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat wegens het niet voldoen aan de registratieplicht van artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet (Atw). De boete betrof het ontbreken van deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden, vastgesteld tijdens een inspectie in oktober 2018. De minister legde een boete van €62.250,- op na correctie van het oorspronkelijke bedrag.
Eiseres betwistte de boete onder meer omdat de minister onvoldoende bewijs leverde dat de relevante EU-verordeningen van toepassing waren en dat de registratieplicht daadwerkelijk was overtreden. De rechtbank oordeelde echter dat het aanvullend rapport van de inspecteur, ondanks de late indiening, toereikend bewijs bevatte en dat het ontbreken van C- en M-bestanden een geldige grond was voor de boete. Het gebruik van het softwareprogramma DIANTA als bewijsmiddel werd als acceptabel beschouwd.
De rechtbank bevestigde dat de boete passend was gezien de ernst van de overtreding, die de verkeersveiligheid en gezondheid van bestuurders raakt. Wel werd de boete met 15% gematigd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim anderhalf jaar tussen het voornemen tot boeteoplegging en de uitspraak. De boete werd vastgesteld op €52.912,50. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Boete van €62.250,- gematigd tot €52.912,50 wegens overschrijding redelijke termijn.