ECLI:NL:RBDHA:2023:5514
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende op 26 december 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 juni 2022. Verweerder stelde dat de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden was verlengd op grond van WBV 2022/22, waardoor de termijn tot 1 september 2023 liep. Eiser had verweerder bij brief van 18 november 2022 in gebreke gesteld, maar dit was volgens verweerder prematuur omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat de ingebrekestelling van eiser te vroeg was ingediend. Hierdoor kon het beroep wegens het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk worden verklaard. Tevens had verweerder bij besluit van 31 maart 2023 alsnog op de aanvraag beslist en deze ingewilligd, waardoor het belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen was komen te vervallen.
De rechtbank sloot zich niet aan bij de jurisprudentie van de zittingsplaats Amsterdam die de verlenging betwistte, maar volgde de andere zittingsplaatsen die de verlenging erkenden. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat de beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.