Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiser], eiser
[kind 1]en
[kind 2].
Rechtbank Den Haag
Eisers, Iraanse nationaliteit, hebben samen met hun kinderen asiel aangevraagd in Nederland, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hun aanvragen niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eisers betwisten dit en stellen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege ernstige tekortkomingen in Italië en een circular letter die tijdelijke opschorting van overdrachten vraagt.
De rechtbank overweegt dat Italië in beginsel verantwoordelijk is en dat het aan eisers is om aannemelijk te maken dat het vertrouwensbeginsel niet geldt. Dit is niet gelukt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin het tijdelijke karakter van de opschorting is bevestigd en stelt dat de belangen van de minderjarige kinderen voldoende zijn meegewogen.
De rechtbank concludeert dat de overdracht aan Italië terecht is en dat er geen reden is om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de niet-inbehandelingname van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.