Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 837,- per punt en wegingsfactor 1).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 2 juni 2022 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser betoogde dat de opvang- en asielprocedures in Italië ernstige tekortkomingen vertonen, waardoor hij risico loopt op een schending van artikel 4 van Pro het Handvest bij overdracht.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, maar dat dit geen onweerlegbaar vermoeden is; bewijs van ernstige tekortkomingen kan dit doorbreken. Eiser leverde voldoende concrete aanwijzingen dat de situatie in Italië zodanig is dat hij na overdracht niet in staat zou zijn te voorzien in elementaire behoeften zoals woonruimte.
De rechtbank constateerde echter dat verweerder onvoldoende informatie had verzameld over de omvang en duur van de opvangproblemen in Italië, waardoor een volledige beoordeling niet mogelijk was. Verweerder werd daarom opgedragen opnieuw te beslissen, met een betere motivering en onderbouwing. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beslissing.