ECLI:NL:RBDHA:2023:17296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening op 9 november 2023.
De rechtbank verwijst naar een eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen, zonder dat dit in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Eisers argumenten over bevoegdheid, vertrouwensbeginsel en hoorrechten slagen niet.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt, omdat de beëindiging van de tijdelijke bescherming noodzakelijk is om de opvangcapaciteit te beschermen en misbruik tegen te gaan. Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom zijn belangen onevenredig worden geschaad. De rechtbank oordeelt dat de besluitvorming zorgvuldig is verlopen en dat eiser vrij staat een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen.
Ten slotte is het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit conform artikel 45 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.